texts

Texts

Transcribing the oral tradition...

Social network icons Connect with us on your favourite social network The FBA Podcast Stay Up-to-date via Email, and RSS feeds Stay up-to-date
download whole text as a pdf   Next   

Ethiek-deel 1

You can also listen to this talk.

by Arthakusalin

Ethiek – deel 1

by Arthakusalin

Audio available at: http://www.freebuddhistaudio.com/audio/details?num=LOC151
[de spreker geeft een korte inleiding waarin hij de groep vertelt dat de lezing opgenomen
zal worden en hij verzoekt daarom vragen aan het eind van de lezing te stellen]

Ik ga beginnen met een citaat van … rinpoche en … rinpoche is een leraar van de … de
oprichter van onze beweging. … rinpoche is een uitmuntende lama geweest zoals dat
heet, een excellente lama geweest van de oude … traditie, een Tibetaanse school, en hij
zei het volgende:
Samsara is de toestand, de conditie van wezens die door te handelen onder de invloed
van storende, verduisterende emoties hun eigen lijden levend houden. En het eerste wat
ons te doen staat is samsara begrijpen, is samsara verhelderen en een diep doorvoelde
droefheid tegenover samsara de ruimte geven.

Dat is wat hij zei en het is precies eigenlijk vanuit deze droefheid dat wij diepgaand
gemotiveerd worden om ons te bevrijden van onze gewoontepatronen. Gewoontepatronen
die ons belemmeren en ons eigen lijden blijven veroorzaken. Het gaat dan over ons
denken en handelen vanuit koortsachtig, krampachtig verlangen, begeerte en hebzucht,
vanuit haat en afkeer, vanuit verwarring en onwetendheid. En het is dus goed om bij deze
droefheid te durven zitten en ik denk dat wij die droefheid allemaal kennen, want we
kennen eigenlijk allemaal de pijn van samsara, het verdriet van samsara. We kennen
allemaal dat gevoel van onbevredigdheid, van eigenlijk zoals jullie misschien al gehoord
hebben de term dukkha, zoals dat een fundamentele term is in het boeddhisme. De kar die
rijdt met een slecht zittend wiel als het ware: we rijden wel op de kar, maar er is een wiel
dat niet goed zit en dat geeft een oncomfortabel gevoel. Dat is wat het woord dukkha in
feite letterlijk blijkbaar betekent, etymologisch gezien. Enfin, daar is blijkbaar ook wel
discussie over, maar ik heb toch wel gelezen dat het dat betekent.
Dit weten, deze doorvoelde droefheid is nodig om weg te willen uit samsara, maar het is
niet voldoende natuurlijk, want als je weg wilt uit samsara dan moet je ook weten hoe je
weg kan geraken uit samsara. Uit die toestand waarin wij dus voortdurend ons eigen
lijden creëren. En hier krijgen we te maken met ethiek, het beoefenen van ethiek, met de
beoefening van de trainingsregels ook. De beoefening van ethiek is de eerste van de drie
…, zoals dat genoemd wordt, de drie trainingen die het boeddhistische pad naar
ontwaken uitmaken. Het gaat dan over ethiek, meditatie en wijsheid. Het is niet zo dat je
die drie als opeenvolgende trappen moet zien, maar het is zo dat je die drie trainingen kan
beschouwen als drie trainingen die eigenlijk in elkaar over lopen en elkaar ook
beïnvloeden. Wanneer je ethisch oefent, wanneer je ethisch de trainingsregels oefent, dan
ga je die invloed daarvan ook voelen in meditatie. Wanneer je mediteert gaat dat zich ook
verder doortrekken in het dagelijks leven. Dus het is iets dat eigenlijk op elkaar inwerkt
en zo dan ook gaandeweg aanleiding geeft tot het ontvouwen of ontwikkelen (hoe je het
ook wilt noemen) van wijsheid. Dus het zijn drie trainingen die op elkaar inspelen.

Nu, de taal van ethiek kan voor sommigen nogal moeilijk zijn, omdat het
autoriteitsfiguren oproept. Denk maar aan een leraar, of een vader, een moeder, een
priester, God, religie, een ordelid bijvoorbeeld, dat kan ook het geval zijn natuurlijk.
Het kan ook hypocrisie oproepen, zeggen wat er zogenaamd gedaan moet worden en dan
iets anders doen in de praktijk, schijnheiligheid dus.
Het kan ook het beeld oproepen van verlamd te worden door een set van regels die
overweldigend werkt, zodanig dat je als het ware het gevoel hebt verstikt te worden, aan
banden gelegd te worden en verhinderd te worden in dat wat je graag zou willen doen.
Het kan ook het beeld oproepen van zich te moeten conformeren aan de normen van een
bepaalde groep, zodat de groep in stand gehouden wordt. Dus eigenlijk dat het neerkomt
op de groepsnormen volgen, ongeacht wat je daar nu zelf van vindt of niet. Het kan
natuurlijk ook over een religieuze groep gaan, als je het zo wilt stellen: het kan ook over
ons gaan, over onze sangha. Als we natuurlijk op die manier iets geworden zijn, dan zit er
iets grondigs fout, maar goed, dat kan.

Dus we moeten er in ieder geval voor zorgen dat de ethische beoefening geen
uitgedroogde, slaafse, holle beoefening wordt, die enkel dient om bijvoorbeeld
groepsnormen in stand te houden. Wanneer je ethiek hiermee associeert, met autoriteit,
en met schijnheiligheid, en met groepsnormen volgen en met aan banden gelegd worden,
dan mag je je gerust herinneren of jezelf eraan herinneren dat de dharma onderricht wordt
om als mens, om als individu te groeien, te rijpen en eigenlijk vrij te worden uiteindelijk.
De dharma is gericht op bevrijding, is gericht op ontwaken. De dharma is erop gericht
een wezen, een mens te bevrijden van alle beperkingen en boeddhistische ethiek wordt
beoefent om dit te realiseren, om deze bevrijding te verwerkelijken. Ethiek is er dus om
de groei te bevorderen, de groei naar het ontwaken en ethiek is er niet om iemand aan
banden te leggen. En ik denk dat dat iets is dat heel goed begrepen moet worden (dat is
misschien iets dat moet, als je boeddhistische ethiek wilt beoefenen natuurlijk).
Maar het is in ieder geval zo dat de relatie van ethische beoefening, ethische training en
discipline (en over die discipline zal ik later nog wel iets zeggen), maar dat de relatie van
ethische training beoefening en discipline enerzijds en anderzijds het ontwaken, dat de
relatie tussen die twee tot de bevrijding in feite, dat moet onthouden worden. Dat kan niet
los van elkaar gezien worden. De ethische training op je nemen, de trainingsregels op je
nemen is jezelf meer en meer op één lijn brengen met de Boeddha zelf, met het ontwaken
zelf. In dit verband wordt er soms ook gesproken over Boeddha-trots: dat gaat dan niet
over iets arrogants, maar het is een heel positieve gemoedstoestand van zelfrespect, het
gaat erover dat je bijvoorbeeld op het punt staat iets onethisch te doen, iets ongeschikts te
doen, bijvoorbeeld uit wrevel wil je uithalen naar iemand, een uitbrander geven gewoon
uit afkeer of boosheid, woede. En je staat dus op het punt dat te doen en plots herinner je
je: ‘ja maar eigenlijk beoefen ik de dharma en ik ben eigenlijk iemand die onderdeel is
om het zo maar te zeggen van de boeddhafamilie, ik behoor tot de boeddhafamilie en ik
ben een volgeling van de boeddha. Ik verlang eigenlijk naar bevrijding, ik verlang naar
het ontwaken.’ Wanneer je dat dan eigenlijk beseft, kun je zeggen dat is een soort
boeddha-trots die ontstaat. Een gewaarzijn dat je een boeddha-zoon of boeddha-dochter
bent en dat je op het punt staat iets ongeschikts te doen, maar op basis van het feit dat je
tot de boeddhafamilie behoort doe je dat dan bijvoorbeeld niet of iets minder of hoe het
ook uitdraait, maar het is boeddha-trots die dan naar voren kan komen.

Nu, wanneer er bij jou of bij ons geen enkel verlangen naar ontwaken is, dan kan je
hoogstwaarschijnlijk niet echt begrijpen waar boeddhistische ethiek voor staat en ga je
vrij snel ethiek onderbrengen in die set van regels van wat mag en wat niet mag. Mag ik
vlees eten, mag ik geen vlees eten, mag ik dit, mag ik dat. En dan wordt het inderdaad
een set die je krijgt om te zien waar je je aan moet houden. Dus in eerste instantie zou je
eigenlijk mogen gaan kijken of je eigenlijk wel zelf geloofd of je ontwaken kan bereiken
of realiseren. Want wanneer je die twee dingen niet met elkaar relateert (de ethische
training en de bevrijding of het vrij worden), dan ga je vrij snel ethiek verbinden met
autoriteit en met die groepsnormen en wat mag, wat moet, wat niet mag, wat niet moet.
En een vrij letterlijk naleven ook van de regels als het ware, zonder veel hart erin. En
daar gaat het dus in het geheel niet over. Boeddhistische ethiek komt van binnenin. Als
individu kan je een visie hebben van wat je kan worden, namelijk een boeddha: het
volkomen realiseren van de menselijke vermogens, van de menselijke potentialiteit. En
ethiek komt hieruit voort, om naar die vrijheid toe te leven.

Meer en meer besef ik dat ik de dharma niet beoefen om het goed te hebben, hoewel ik
eerlijk moet zeggen dat ik dat heel vaak wel doe. Ik bedoel: ik misbruik als het ware de
dharma om mij beter te voelen, om mij goed te voelen. Om een hemel op aarde te creëren
zeg maar, om het plezierig te hebben ook. Maar daar gaat het volgens mij in eerste
instantie niet om. En wellicht kennen we dit allemaal wel: het feel-good boeddhisme of
het flair-boeddhisme. Zo’n houding van het rommelt wel hier en daar bij mij, maar ik doe
het eigenlijk wel goed hoor. Ik voel me oké, denk vooral niet dat ik het slecht heb, ik heb
daarnet wat gemediteerd, beetje diep gezeten in meditatie. Ik had wel pijn en verdriet,
maar het is nu over. Die houding in feite. Omdat je dan eigenlijk echt gefocust bent om
goed in je vel te zitten en op die manier probeer je dan de dharma te beoefenen. Maar de
vraag is begrijpen we samsara wel op die manier? Zien we samsara wel zoals het is,
namelijk een toestand, dus eigenlijk ...

download whole text as a pdf   Next   

Next

Previous

close